Over ons
Brandpunten:
Huis op het Spui
Over ons
Begeleiding
Contact

Huis op het Spui

Interview met Marike Brouwer

Spiritualiteit

'Geloof is een zaak van het hart'

Mensen begeleiden op hun spirituele levensweg, dat kunnen de theologen die de opleiding Geestelijke Begeleiding volgden. Een van hen is luthers predikante Marieke Brouwer.

door Kees Posthumus & Hester Smits (Overgenomen uit Woord&Dienst)

Eind oktober studeert de tweede lichting cursisten af van de opleiding Geestelijke Begeleiding, een initiatief van het Titus Brandsma Instituut en de Protestantse Kerk in Nederland. Theologen leren daar hoe zij mensen geestelijk kunnen begeleiden. Hoort dat niet bij de basisvaardigheden van een predikant? Ja. En nee.

Hoe ziet de opleiding geestelijke begeleiding eruit?
"Wij volgden een dag per week colleges aan het Titus Brandsma Instituut. Daar word je ingewijd in wat geestelijke begeleiding is. Je maakt kennis met de grote mystici, zoals Teresa van Avila, Dag Hammarskjöld en de woestijnvaders. Je leert mystieke teksten lezen en begrijpen. Dat zijn compleet andere vakken dan op de kerkelijke opleiding, die behoorlijk rationeel was en weinig oog had voor je eigen geloof. Het betekende een enorme verdieping van mijn studie theologie.
De docenten aan het Titus Brandsma Instituut zijn fantastisch. Zo zie je ze tegenwoordig zelden meer. Zeer erudiet, met een enorme kennis. Kritisch, lichtvoetig en je voelt aan alles: daar staan mensen die zelf spirituele diepten en hoogten doormaakten en uit ervaring spreken.
Naast de colleges waren er tweedaagse bijeenkomsten op Hydepark in Doorn, met een groep van tien tot twaalf mensen. Daarin komt vooral je eigen verhaal aan bod. Je krijgt de opdracht om je eigen spirituele autobiografie te schrijven, die met de andere cursisten wordt besproken. Ook oefen je in het voeren van gesprekken in de geestelijke begeleiding."

Spirituele autobiografie?
"Je schrijft je eigen levensgeschiedenis vanuit de invalshoek van de spiritualiteit, van je vroegste herinneringen tot nu. Ik weet zeker dat het bij mij begon in de tuin. Wij hadden een prachtige tuin, ik was nog heel klein. Ik speelde, lag in het gras en zag hoe prachtig de zon door een bloemblad scheen. Met grote ogen keek ik naar de regenworm die over mijn been schuifelde. Tijdloos was het, en mateloos prachtig, een moment van grote verwondering en stilte. Een diepgewortelde ervaring dat de wereld een groot geheim is. Daar, in de tuin, begon mijn religieuze gevoel. Heel bijbels, als je denkt aan de hof van Eden en de tuin op Paasochtend.
Vervolgens beschrijf je hoe God en geloof leefden in het gezin waarin je opgroeide en hoe je ervaringen en denken daarover in de loop der jaren veranderden. Vaak hangt dat samen met ingrijpende gebeurtenissen in je leven, zoals de dood van een dierbare."

Nogal persoonlijk
"Het voelde alsof we samen op heilige grond stonden, indrukwekkend en intiem, om deze geschiedenis te delen. Iemand legt zijn hele leven, zijn hele ziel en zaligheid op tafel. Het gaat over God en geloof, vaak intiemere onderwerpen dan seks of geld. Het was bijna zonder uitzondering emotioneel geladen. Om van jou een geestelijk begeleider te maken, is nodig dat je het aan den lijve ervaart hoe het werkt. Dat je de eigen spirituele geschiedenis kent en weet hoe God in en door jou gewerkt heeft.
Zelf denk ik dat ik eigenlijk katholiek geboren ben, terwijl ik in een gereformeerd nest terechtgekomen ben. Katholieken hebben om te beginnen veel meer gevoel voor ritueel en symboliek. Zij gaan veel vrijer met kunst om en zijn meer zintuiglijk ingesteld: wierook, zalving, de eucharistie. Gereformeerden zijn zintuiglijk zo arm: alleen gericht op het oor, niet op het hele lijf. Er valt in een protestantse kerk bar weinig te zien, te proeven, te ruiken of te voelen."

Wat ontdekte u in uw eigen verhaal?
"Al schrijvend ontdekte ik een rode draad. Mijn geestelijk begeleider vroeg hoe ik vroeger God aangeduid zou hebben en hoe ik dat nu zou doen. Vroeger zou ik Hem de Aanwezige hebben genoemd en nu weer. Maar daartussen zit een hele wereld. Vroeger stelde ik mij God letterlijk voor als een Vader in de hemel, die zijn welwillend oog op ons allen liet rusten. Een betrouwbare Vader die het reilen en zeilen van de wereld in de gaten houdt. Zo had ik Hem als kind 'aanwezig'.
Nu is die aanwezigheid veel diffuser, veel minder vastomlijnd, maar tegelijkertijd onmiskenbaar present. Mijn liefste lied op dit moment is: 'Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig en hoe onzegbaar ons nabij, Gij zijt gestadig met ons bezig, onder uw vleugels rusten wij.'"

Waarom begon u aan de opleiding?
"Ik zat op een dood spoor. Jarenlang had ik mij gericht op therapeutisch pastoraat, tussen therapie en gewoon pastoraat in. Na een aantal jaren voldeed dat niet meer. Ik miste in mijn werk het wezenlijkste van het predikantschap. Ik miste de spiritualiteit. Dat viel bij mij samen met een burn-out, een forse crisis waarop ik mij onder andere afvroeg wat ik eigenlijk nog wilde en moest in mijn werkzame leven.
Ik had informatie over de opleiding in huis, maar de taal die werd gebruikt stond me tegen. Zo'n binnenkerkelijk insiderstaaltje, over God en de Geest. Ik wist toch al zo slecht meer wie of wat God was. De taal was in mijn ogen niet van deze tijd. In het intakegesprek heb ik die vraag gesteld: Kan dat niet anders? Met dezelfde vraag verlaat ik de opleiding. Welke taal gebruiken wij als wij nadenken, spreken en communiceren over God, religieuze ervaringen en onze geestelijke weg? Hoe vertaal je christelijke woorden als God en genade in toegankelijker termen?"

Hoe belangrijk is taal als het over spiritualiteit gaat?
"Ik was zelf een periode volstrekt buitenkerkelijk. Ik weet hoe vervreemdend christelijk taalgebruik is voor iemand van buiten: die snapt er geen moer van. Intussen kan ik weer goed en oprecht meepraten in de oude geloofstaal. Maar ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk moet zijn om in een andere, meer toegankelijke taal over dezelfde dingen te spreken.

Streamer
'Ik wil tweetalig zijn: de taal van het christelijk geloof én de taal van het Spui.'

Die taal is voorhanden bij dichters zoals Hans Andreus. Met een groep mensen las ik gedichten van hem en dat werkte als een tierelier. Andreus, maar ook C.O. Jellema, Vroman en Vasalis slagen er goed in om God en het religieuze in een andere taal weer te geven. Dat is nog steeds mijn streven. Spreek niet alleen voor je eigen clubje, ingewijd in het christelijk taalgebruik. Ga ook hier op het Spui staan, praat met mensen over dat soort dingen. Ik wil tweetalig zijn: de taal van het christelijk geloof én de taal van het Spui."

Veranderde uw kijk op geloof?
"Geloof werd meer een zaak van het hart dan het tevoren was. De kunst is om weg te komen uit het hoofd, om te ont-moeten. Predikanten moeten altijd zoveel, met een verantwoordelijkheidsgevoel van hier tot ginder. Alsof zij de hele wereld draaiend moeten houden. Docent Kees Waaijman riep eens tijdens college: 'Ga eerst maar eens geschapen zitten wezen.' Over die opmerking heb ik jaren kunnen nadenken. Je bent niet je eigen Schepper. Je leeft bij de gratie van God, niet bij de gratie van je eigen prestatie."

Hoe relevant zijn mystici van ooit voor theologen van nu?
"Mystici zijn geraakt door God en proberen daar stamelend iets over te zeggen, hun hart loopt over. Ook vandaag zijn mensen geraakt door God, theologen hopelijk ook. Mystici beschrijven de weg, de ervaringen op de weg die God met ze gaat en die ervaringen zijn ook de onze. Hun ervaringen verduidelijken onze ervaringen.
De taal van het hart is tijdlozer dan de taal van het hoofd. Mystiek is iets van het hart, en in die zin tijdloos. Je schakelt je verstand er niet bij uit, maar het is geen verstandelijk geredeneer."

Wie begeleidt u momenteel?
"Twee studenten vroegen om begeleiding, omdat ze de opleiding zo rationeel vinden. Het gaat tijdens colleges over alles, behalve over hun persoonlijk geloof. Samen proberen we dat in kaart te brengen, ook met het oog op hun verdere loopbaan. Ik herken dat probleem: toen ik als keurig gereformeerd meisje uit de provincie in de stad ging studeren, wist ik binnen een half jaar niet meer wat ik moest geloven. Alle grond was onder mijn voeten weggeslagen.
Ik begeleid ook een aantal gemeenteleden, dat meer aandacht wil besteden aan gebed en meditatie. Het is vaak een knagend gevoel 'iets te missen' dat leidt tot een gesprek over de spirituele ontwikkeling. Je mist de diepere laag in je leven. Ik doe de geestelijke begeleiding nu als onderdeel van mijn predikantschap, in het team is dit mijn specialisatie."

Waarin verschilt geestelijke begeleiding van pastoraat? 
"Die vraag wordt binnen de opleiding ook gesteld: Is dit wezenlijk anders dan pastoraat? Je kunt er kort of lang over praten: voor mij is het een verdiepte vorm van pastoraat, in alle mogelijke omstandigheden de vraag naar God stellen.
Pastoraat is breed, maar lang niet altijd komt de vraag naar God aan de orde, gek genoeg. Misschien is mijn beeld wat vervormd door mijn ervaringen in het crisispastoraat. Mensen komen binnen met depressies, een slecht huwelijk; dan gaat het helemaal niet over God. Misschien later, maar de nood is te hoog om direct over God te beginnen. 
Bovendien: de geestelijke weg van een mens, de patronen daarin, de mogelijkheden en valkuilen; dat leer je niet bij theologie."

Zijn uw preken veranderd?
"Dat zou je beter aan mijn gemeente kunnen vragen. Ik weet zeker van wel, maar hoe precies? Noties uit de opleiding komen terug in mijn preken, onder andere het besef dat je leeft van de adem van God. Je bent in het leven geroepen, niets van jou is van jezelf. Je hebt zelfs geen zeggenschap over je hartslag.
Als de opleiding mij iets heeft bijgebracht is het dat: je leeft van de genade. Leven is vooral ontvangen. Denk vooral niet dat het allemaal bij jou begint en weer ophoudt. Dat helpt je lichter te leven, met minder kramp.
Ik zou iedere predikant deze opleiding toewensen, het was een echt cadeautje. Het verlost je van veel ballast, vooral als je dreigt vast te lopen in een te rationele theologie of in almaar doorhollen."

Heeft de opleiding uw leven veranderd?
"Het is een van de betere dingen die mij de afgelopen jaren zijn overkomen. Zelf probeer ik, nog meer dan hiervoor, rust en stilte in te bouwen in de hectiek van mijn baan, ruimte voor meditatie en gebed. Voor mij is geloof echt en definitief iets van het hart geworden. Het hielp mij door de laatste weerstanden heen naar enig besef van wat overgave echt is. Het bracht mij dieper bij mezelf en mijn diepste verlangens. Het leerde mij dat verlangen serieus te nemen en dat leer ik op mijn beurt weer aan anderen. Dat verlangen is authentiek en essentieel en daar moet je naar luisteren.
Je leert vooral veel af. Misschien begrijp ik nog minder van God dan ooit tevoren. Maar dat is geen ramp, daar valt goed mee te leven. Je raakt ervan doordrongen dat alles wat jij over God bedenkt, ervaart en zegt, het grijpen naar beelden is. Zo zijn wij nu eenmaal, niets mis mee. Mensen zijn geneigd om van God en religiositeit je eigen project te maken, waarmee je jezelf in de steigers houdt. In de geestelijke begeleiding zou ik daaraan gaan zitten rammelen. Hoe zekerder iemand iets weet, hoe argwanender ik word.
Datgene wat God werkelijk is, overstijgt alle constructies en beelden. Dat betekent niet dat je stopt met denken, dat zal je ook niet lukken. Als je iets leert in de opleiding, is het kritisch te onderscheiden wat wat is. De onderscheiding der geesten, heet dat in de traditie."

Onderscheiding der geesten?
"Hoe onderscheid je wat er op geestelijk vlak gebeurt? De woestijnvaders hadden er een duidelijk idee over: iets is van de duivel, van God of van jezelf. En het meest waarschijnlijk is dat het van alledrie een mengsel is. Is het van de duivel, dan moet je het terzijdeschuiven. En als het van jou is, is het niet fout, maar ook niet van God. Als het van God is, moet je het op alle mogelijke manieren vasthouden."

Wat moet je kunnen om goed geestelijk te begeleiden?
"Nauwkeurig luisteren en kijken: wat is de persoon in kwestie aan het doen? En wat zou God mogelijk met hem of haar aan het doen zijn? Dat laatste is een zinnige vraag, die je anders naar je eigen leven laat kijken.
Dikwijls is God mensen heilvol aan het afbreken, hun egotje, hun pantser aan het kraken. Mensen die in een crisis terechtkomen, zullen dat misschien herkennen. Als je middenin een burn-out zit, denk je dat je er nooit uitkomt. Maar het kan werkelijk een zegen zijn. Ik zeg het voorzichtig, het geldt niet voor iedereen. Voor mijzelf was het een zegen in de vloek. Ik moest tot het naadje gaan, afgebroken worden, voordat er in mij een omslag kon komen. Daar zou ik zelf het woordje God aan verbinden.
Afgebroken in de zin van het loslaten van het moeten, het oververantwoordelijke. Leren dat de wereld niet instort als jij toevallig even buiten dienst bent. Pas als je het echt niet meer weet, als je met je rug tegen de muur staat en zegt 'ik geef het op, ik geef het over', pas dan begint er soms iets nieuws. Als een walnoot die wordt gekraakt, om bij de zachte kern te komen."