Over ons
Brandpunten:
Oude Lutherse Kerk
Over ons
Contact
Geschiedenis

Oude Lutherse Kerk

Geschiedenis

Sinds 1633 komen lutheranen samen in de Oude Lutherse kerk op het Spui. Voor bijzondere vieringen of muziek. Veel Amsterdammers kennen het gebouw vooral als de aula van de Universiteit van Amsterdam In zijn bouw wijkt de kerk duidelijk af van gereformeerde kerken uit die tijd. Zo is in de gevel een nabootsing te zien van de zeven huizen die er eerder stonden.

Oorsprong en bouw
De Oude Lutherse aan het Spui dateert uit 1633, maar had op dezelfde plaats al voorlopers. Vanaf 1588 is er sprake van een echte lutherse gemeente omdat er toen voor het eerst een geschreven geloofsbelijdenis werd ingeleverd bij de burgemeesters van Amsterdam en de eerste predikant werd beroepen. In februari 1600 kreeg de gemeente een vaste plek van samenkomst in 'een packhuys staende beneden Spuy en genaemt Den Vergulden Pot'. In de loop der tijd werden de naastgelegen pakhuizen gekocht en in 1631 gaf de overheid toestemming op de plaats van de pakhuizen een ordentelijke kerk te bouwen. Aan de Spuizijde wordt de oorspronkelijk uit zeven huizen bestaande rij als het ware nagebootst in zeven geledingen die ook vandaag de dag nog duidelijk zijn te herkennen. In 1633 werd op Eerste Kerstdag de kerk in gebruik genomen met een inwijdingspredikatie door ds Casparus Pfeiffer.

Het was de tijd waarin Rembrandt in Amsterdam schilderde en er een aanvang wordt gemaakt met de bouw van het nieuwe stadhuis, het latere Koninklijk Paleis, op de Dam. Het was ook de tijd waarin de heersende religie (de gereformeerden, later de hervormden genoemd) zelf kerken bouwde, zoals de Zuiderkerk in 1612, de Noorderkerk in 1623 en de Westerkerk in 1631. De bouw van de Oude Lutherse Kerk was daarvan nogal afwijkend. Trouwens de kerken van de overige dissenters, zoals de remonstranten en doopsgezinden, leken meer op die van de lutheranen dan op die van de calvinisten.

De leiding bij de bouw was in handen van Wessel Becker en Willem van Daelen. Het werd een zaalbouw met aan drie zijden balkons die tot twee- of driehoog gaan. Men noemde deze 'hangcameren'. Aannemelijk was dat het gebruik van de etages in de pakhuizen – waar meestal de vloeren gedeeltelijk worden weggebroken om in de open ruimte een kansel neer te kunnen zetten en de gemeenteleden dus op de overgebleven vloeren van de diverse etages konden zitten – leidde tot de opzet met de balkons. In elk geval konden zo enkele duizenden hun plaats vinden in de kerk. De galerijen werden gesteund door pilaren. De eerste galerij rustte op zandstenen Toscaanse zuilen. De tweede galerij werd ondersteund door houten Dorische zuilen en tenslotte werd het dak geschraagd door Ionische zuilen, eveneens van hout. De huidige preekstoel stamt uit 1640 en stond los in de ruimte, omgeven door een doophuis waarbinnen doop en avondmaal werden bediend.

Orgelbouwers begraven in de kerk
Van 1674 tot 1866 werd er in de kerk begraven. Vóór die tijd was dat een privilege van de calvinistische kerken, ná die tijd werd het om hygiënische redenen verboden. In de kerk werden naast vele anderen de lutherse orgelbouwers Christiaan Müller en Johann Strumphler begraven.

 

Orgels

Het eerste orgel van de kerk werd in 1658 geplaatst op het eerste balkon tegenover de preekstoel. Het was van de hand van Jan Norel uit Kalkar. In 1690 kreeg Johannes Duyschot de opdracht het instrument te vergroten. Toen hij er in 1693 mee klaar was, stond het orgel precies aan de andere kant van de kerk, achter de kansel en reikte bovendien tot het dak. De lutherse schilder Philip Tideman (1657-1705) schilderde de orgelkas en in de balustrade aan weerszijden kwamen acht zogenaamde grisailles met zinnebeeldige voorstellingen. Deze zijn nog altijd aanwezig in de kerk. Het orgel van Duyschot werd in 1886 vervangen door het huidige orgel van J. Frederik Witte van de firma Bätz & Co. De vervanging was niet alleen nodig omdat het oude orgel veel mankementen vertoonde, maar vooral door de verandering van de smaak der mensen. De kas van het oude orgel ging naar het nieuwe Rijksmuseum. Vanaf 1951 vormt deze het prachtige omhulsel van het orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg.

zie ook: www.christiaandevries.com


Restauraties

In de loop der eeuwen voerde men vele restauraties uit aan het gebouw. In 1774 verving men de oorspronkelijke stenen kerkramen met ronde glas-in-lood-ruiten door hout met blank glas. Daardoor veranderde de lichtinval in de kerk ingrijpend. Ook de kleurstelling van de binnenruimte werd toen ingrijpend veranderd. De gewelven werden Berlijns blauw en de ribben grijsachtig Bentheim.

In 1925 werd het Spui gedempt en verzakte de fundering. De architect A.A. Kok liet de zerkenvloer lichten en de graven moesten worden geruimd. Verder verving Kok onder meer de gasverlichting, die in 1885 de plaats had ingenomen van de prachtige kaarsenkronen, door elektrische verlichting in Jugendstil. Deze laatste werden tijdens de laatste grote restauratie van 1984-1986 weer vervangen door replica's van de oorspronkelijke kaarsenkronen.

Aula
Sinds 1961 huurt de Universiteit van Amsterdam de kerk en bijgebouwen door de week voor het universitaire bedrijf. De kerk fungeert als aula voor oraties en promoties en ook worden er congressen gehouden. Door dat medegebruik beschikt de kerk ook over allerlei technische hoogstandjes.

In het bijgebouw is bij de laatste restauratie naast de historische Trouwzaal uit 1885 ook plaats ingeruimd voor de Tetterode-bibliotheek van de architect K.P.C. de Bazel. Het betreft hier een belangrijk Jugendstilmonument oorspronkelijk in 1917 ontworpen voor de drukkerij van Tetterode.

Literatuur:
De Lutheranen in Amsterdam (1588-1988), J. Happee e.a. redactie, 1988
Monumentale orgels van Luthers Amsterdam, Harry Donga en Pieter van Dijk redactie, 1998